Montage en instellingen
Het kamerthermostaat-basiselement heeft zes klemmen N, L, verwarming (uitgang), C (koelen-ingang), 2x aansluiting van externe temperatuursensor voor de externe temperatuurmeting.
Op L wordt de fase en op N de nulleider aangesloten. C is voor de aansluiting voor het koelen en verwarming is voor de aansluiting voor het verwarmen. Op de beide aansluitingen voor de externe temperatuursensor wordt de externe temperatuursensor voor de externe temperatuurmeting aangesloten.
Systeembasiselement aansluiten en monteren

1 | Schakelcontact voor het omschakelen naar koelen |
2 | Elektrische vloerverwarming of elektrothermische ventielaandrijving |
3 | Externe temperatuursensor voor de externe temperatuurmeting (veranderbare weerstand) |
4 | Kamerthermostaat-basiselement |
5 | Afdekkingsinterface met led |
6 | Knop TEST |
Let bij de montage op het volgende:
Ga bij de montage als volgt te werk:
- Sluit het kamerthermostaat-basiselement aan volgens het aansluitschema.
- Monteer het kamerthermostaat-basiselement in een inbouwdoos. De aansluitklemmen moeten daarbij naar onderen zijn gericht. Dankzij zijn geringe inbouwdiepte van slechts 24 mm blijft voldoende aansluitruimte over.
- Bevestig het raam en de afdekking op het kamerthermostaat-basiselement.
- Schakel de netspanning in.
- Met de knop TEST kunt u de last schakelen.
- De led van de afdekking brandt bij ingeschakeld last.
- Is 230 V op ingang C aangesloten, dan is koelen actief.
Opmerking
Het kamerthermostaat-basiselement werkt alleen met kamerthermostaat-afdekkingen. Alle andere afdekkingen hebben geen functie.