Hulp bij problemen

De aangesloten led- of spaarlampen schakelen in de laagste dimstand uit of flikkeren.

Oorzaak

Oplossing

De ingestelde basislichtsterkte is te laag.

Basislichtsterkte verhogen.

De aangesloten lampen schakelen in de laagste dimstand niet of vertraagd in.

Oorzaak

Oplossing

De ingestelde basislichtsterkte is te laag.

Basislichtsterkte verhogen.

De aangesloten led- of spaarlampen flikkeren of brommen, geen correct dimmen mogelijk, dimmer bromt.

Oorzaak

Oplossing

Lampen zijn niet dimbaar.

Gegevens van de fabrikant controleren.

Lampen door een ander type vervangen.

Bedrijfsstand (dimprincipe) en lampen passen niet optimaal bij elkaar.

Bedrijf in een andere bedrijfsstand controleren, daarvoor evt. de aangesloten last verlagen.

Bedrijfsstand handmatig configureren.

Lampen door een ander type vervangen.

Dimmer is zonder nulleider aangesloten.

Indien mogelijk, de nulleider aansluiten; anders de lamp door een ander type vervangen.

De aangesloten led- of spaarlampen zijn in de laagste dimstand te licht; dimbereik is te klein.

Oorzaak

Oplossing

Ingestelde basislichtsterkte is te hoog.

Basislichtsterkte verlagen.

Bedrijfsstand (dimprincipe) past niet optimaal bij de aangesloten HV-led-lampen.

Bedrijf in een andere bedrijfsstand controleren, daarvoor evt. de aangesloten last verlagen.

Bedrijfsstand handmatig configureren.

HV-led-lampen door een ander type vervangen.

De dimmer schakelt de last kort uit en weer in.

Oorzaak

Oplossing

Kortsluitbeveiliging is geactiveerd, maar ondertussen is geen storing meer aanwezig.

Installatie controleren.

De dimmer is uitgeschakeld en kan niet weer worden ingeschakeld.

Oorzaak

Oplossing

Overtemperatuurbeveiliging is geactiveerd.

Dimmer van de netspanning loskoppelen, daarnaast installatieautomaat uitschakelen.

Led-faseafsnijding:
Aangesloten last verlagen; lampen door een ander type vervangen

Led-faseaansnijding:
Aangesloten last verlagen; bedrijf in instelling led-faseafsnijding controleren; lampen door een ander type vervangen.

Dimmer minstens 15 minuten laten afkoelen.

Installatieautomaat en dimmer weer inschakelen.

Overspanningsbeveiliging is geactiveerd.

Led-faseafsnijding:
Bedrijf in instelling led-faseaansnijding controleren, daarvoor evt. aangesloten last verlagen.

Lampen door een ander type vervangen.

Kortsluitbeveiliging is geactiveerd.

Dimmer van de netspanning loskoppelen, daarnaast installatieautomaat uitschakelen.

Kortsluiting verhelpen.

Installatieautomaat en dimmer weer inschakelen.

Opmerking:
De kortsluitbeveiliging is gebaseerd op een elektronische zekering, de belastingsstroomkring is in uitgeschakelde status niet galvanisch van het elektriciteitsnet gescheiden.

Lastuitval.

Last controleren.

Lamp vervangen.

Bij inductieve trafo's:
Primaire zekering controleren.

De led-lamp brandt zwak bij uitgeschakelde dimmer ('Ghosting-effect').

Oorzaak

Oplossing

Led-lamp is niet geschikt voor deze dimmer.

Ledlamp van een ander type of andere fabrikant gebruiken.

Nulleider op de dimmer aansluiten.