DALI

DALI staat voor ';Digital Addressable Lighting Interface' en is een standaard voor de digitale gegevensoverdracht tussen onderdelen van een verlichtingsinstallatie. DALI werd in het begin van de jaren 2000 ontwikkeld en heeft grotendeels de plaats ingenomen van de 1-10-V-technologie in gebouwen. Het doel van het creëren van een eenvoudig toe te passen interface in een systeem met lage kosten voor onderdelen.

DALI werd oorspronkelijk opgenomen in de internationale normering als Bijlage E4 van DIN EN 60929. Na de verdere ontwikkeling en implementatie van overige functies wordt DALI momenteel beschreven in de normenserie DIN EN 62386.

Het succesvolle DALI-protocol wordt uitgebreid en uitgebouwd. Onder de naam DALI-2 wordt DALI nog betrouwbaarder. Alle producten die het DALI-2-log dragen, zijn getest volgens de norm IEC 62386. Ook de Power DALI-taststuureenheid TW is volgens DALI-2 gecertificeerd.

Opmerking

Het apparaat werkt als DALI-2-Single-Master en mag niet met overige DALI-besturingen worden gecombineerd.

DALI-2 biedt de volgende voordelen bij gebruik van bedrijfsapparaten en busvoedingen:

Verbeteringen bij DALI-2

Voordelen

Duidelijkere specificatie, inclusief BUS-timing en BUS-voedingen

Verbeterde interoperabiliteit

Geëiste polariteitsongevoeligheid

Eenvoudigere installatie

Meer fabrikantspecifieke bedrijfsstanden

Verbeterde interoperabiliteit

DALI biedt de volgende functies en mogelijkheden:

DALI is bijzonder geschikt voor multifunctionele ruimtes of kantoren resp. kantoortuinen en opleidings- of presentatieruimtes en productiehallen.

INSTALLATIEREGELS DALI

Let bij de installatie van een DALI-systeem op het volgende:


  • DALI is FELV (functional(ly) extra low voltage; functionele veilige lage spanning).
  • Er hoeven geen speciale datakabels te worden gebruikt. Er kan bijv. een NYM-kabel worden gebruikt.
  • Voor de aanleg van de DALI-stuurkabels gelden dezelfde installatieregels als voor krachtstroominstallaties.
  • DALI-stuurkabels en netspanningskabels mogen in dezelfde beschermingsmantel of in dezelfde buis worden aangelegd.
  • Bij een 5-aderige kabel moeten beschermingsleiding en nulleider aanwezig zijn.
  • De aangesloten DALI-deelnemers mogen op verschillende fasen worden aangesloten.

De bedrading van de DALI-deelnemers kan op verschillende manieren plaatsvinden. Een afsluitweerstand is niet noodzakelijk.
Voorbeeld 1: seriebedrading


Voorbeeld 2: sterbedrading


Voorbeeld 3: gemengde bedrading


De kabellengte tussen stuureenheid en de verst verwijderde deelnemer mag niet meer zijn dan 300 meter.