Aanpassing van het regelprincipe afhankelijk van de verwarmingsinstallatie

Het regelprincipe wordt geconfigureerd afhankelijk van de verwarmingsinstallatie en het gebruikte systeembasiselement.

Bij de tweepuntsregeling blijft de uitgang ingeschakeld totdat de geconfigureerde setpointtemperatuur met ongeveer 0,5 °C is overschreden. De uitgang wordt pas weer ingeschakeld wanneer de setpointtemperatuur met 0,5 °C is onderschreden. Omdat de meeste verwarmingssystemen zeer traag zijn, kunnen bij deze regeling temperatuuroverschrijdingen ontstaan.

De pulsbreedtegemoduleerde regeling is geoptimaliseerd voor elektrothermische ventielaandrijvingen, bijv. TSA 230 NC WW. Hierbij wordt de uitgang niet continu aangestuurd, maar gedurende een bepaalde tijd (pulsbreedte), die afhankelijk is van het temperatuurverschil tussen setpoint- en werkelijke temperatuur. Met deze methode nadert de werkelijke temperatuur steeds meer de setpointtemperatuur. De cyclustijd bedraagt 15 minuten.